U bent hier

Armoede en Sociale Uitsluiting

Armoede en sociale uitsluiting gaat over veel meer dan enkel inkomen. Volgens de gekende definitie van Prof. Em. Jan Vranken is armoede “een netwerk van sociale uitsluitingen dat zich uitstrekt over meerdere gebieden van het individuele en collectieve bestaan. Het scheidt de armen van de algemeen aanvaarde leefpatronen van de samenleving. Deze kloof kunnen ze niet op eigen kracht overbruggen.” Armoede en sociale uitsluiting kunnen zowel de oorzaak als het gevolg zijn van een onvoldoende toegang tot inkomen, werk, opleiding, gezondheid, huisvesting, maatschappelijke participatie.

Het Armoederapport 2016

In het Brussels Gewest is er meer armoede dan in de rest van België. Volgens het Brusselse Armoederapport 2016 leeft een kwart tot een derde van de bevolking er onder de armoede-risicogrens. In Brussel wonen er bovendien opmerkelijk meer laaggeschoolden (en ook hooggeschoolden) dan in de andere gewesten. Bovendien kent het Brussels Gewest een opvallend hoge werkloosheidsgraad, veel hoger dan in de twee andere gewesten. Een Brussels kind heeft drie keer meer risico om werkloze ouders te hebben dan een kind in Vlaanderen. Eén volwassene op vijf en één kind op vier leeft in Brussel in een huishouden zonder een inkomen uit arbeid. Daarnaast zijn er een aantal Brusselse bevolkingsgroepen die in grote armoede leven die niet gemakkelijk in cijfers te vatten zijn. Het gaat in het bijzonder om daklozen en mensen zonder papier. Tussen 2010 en 2014 steeg het aantal dak- en thuislozen met 30 procent.

Ondanks deze realiteit zijn veel Brusselse welzijns- en zorgvoorzieningen niet altijd voldoende toegankelijk voor de meest kwetsbare inwoners. Het overlegplatform Inclusief Brussel wil daar iets aan veranderen. Het Kenniscentrum WWZ neemt de coördinatie op zich van dit overleg, waaraan ook het CAW, Samenlevingsopbouw en het Brussels Platform Armoede (BPA) deelnemen.

Inclusief Brussel

  • organiseerde in het najaar 2014 het Brusselse Welzijnscongres. Voorafgaand dit congres was er een bevraging in de welzijnssector met als doel de noden en aandachtspunten in kaart te brengen en concrete pistes uit te werken om het welzijn van kwetsbare Brusselaars te verbeteren. Het memorandum ‘Durf te investeren in welzijn, investeren in Brussels welzijn loont!’ schuift een aanpak op maat naar voren: de hulpverlening moet vertrekken vanuit de bestaande noden, ook als de vraag niet duidelijk of eenduidig is, en de begeleiding moet rekening houden met de mogelijkheden en het ritme van de hulpvrager.
  • werkte in 2016 samen aan het project ‘Vermaatschappelijking van de Zorg’. In het kader van dit project werd een onderzoek opgestart naar de persoonlijke hulp- en zorgnetwerken van Brusselaars. Eind 2017 moet dit onderzoek klaar zijn.
  • wil in 2017 verder werken aan een beter inzicht in de bestaande praktijk van de  vermaatschappelijking van de zorg. Zo zijn er bijvoorbeeld veel burgers die zich voor meer welzijn en zorg engageren, maar vaak blijven die initiatieven onder de radar van de overheid en van de georganiseerde welzijnssector.
  • plant in 2017 een evaluatie-instrument om de acties van het Kenniscentrum WWZ te kunnen toetsen aan de thema’s armoede en sociale uitsluiting.