Ga verder naar de inhoud

Binnen de muren van een gevangenis en een de­ten­tie­huis: naar een nieuwe visie op detentie en re-integratie

Welzijn en zorg Mensen in precaire leefomstandigheden Wegwijs in Brussel voor professionals

Met de Bruggenbouwers bezochten we de nieuwe gevangenis van Haren en het detentiehuis in Vorst. We maakten kennis met twee werelden en twee visies op detentie en re-integratie. 

Binnen de muren mochten we geen foto’s maken, maar voor een sfeerbeeld verwijzen we graag naar de reportage van BRUZZ over het detentiehuis in Vorst. 

Hoe verschillend zijn de gevangenis van Haren en het detentiehuis van Vorst?

Gevangenis van Haren: nieuwe visie komt niet tot uiting in de praktijk  

Haren is een nieuwe, hoogtechnologische gevangenis met een infrastructuur die breekt met de oude stervormige Ducpétiaux-gevangenissen en die inzet op een ‘dorp’-model. Maar is die visie wel geslaagd? In theorie is er een nieuwe visie op detentie die gericht is op re-integratie. Maar met overbevolking en zonder voldoende personeel blijft die ambitie een lege doos. Mensen zitten er vaak tot 23 uur per dag op cel en er zijn honderden grondslapers. Verschillende ruimtes staan leeg, zoals sporthallen en een transitiehuis, door personeelstekort. Er heerst een kille, bijna dystopische sfeer door de talloze scanners, elektronische deuren, camera’s, krappe cellen en opstijgende vliegtuigen van Zaventem. Als bezoeker vraag je je af: ‘In welke staat kom je hier buiten?’ Gevangenisschade zoals verlies aan identiteit, sociale banden, woning en perspectief is een onderschat probleem, aldus het personeel dat we spraken. 

Detentiehuis van Vorst toont dat het beter kan 

Een detentiehuis is een kleinschalige inrichting waar mensen verblijven met een straf tot en met drie jaar. Bewoners leven er in kleine groepen en krijgen begeleiding op maat. Het detentiehuis in Vorst is een van de drie inrichtingen in België, naast Olen en Kortrijk, die dit detentiemodel volgen. Het gebouw is oud, maar de visie is modern en menselijk. Gedetineerden zijn er bewoners. Detentiebegeleiders spreek je aan met de voornaam en zijn enkel te herkennen aan hun badge. Er is ruimte voor vertrouwen en verantwoordelijkheid. Er is aandacht voor re-integratie en zelfstandigheid. Er wordt ingezet op actieve participatie in het huishouden, werk en vrijwilligerswerk, en opleiding. Na een observatieperiode kunnen bewoners een uitgangsvergunning krijgen, werken, een woning zoeken en hun leven opnieuw vormgeven. Af en toe lukt een traject niet en gaan mensen terug naar de klassieke gevangenis, maar de meesten nemen de verantwoordelijkheid voor hun leven in eigen handen. 

De oproep van het personeel was helder: durf het detentiesysteem fundamenteel te herdenken, eventueel ook voor groepen met andere straffen. Maak van detentiehuizen geen uitzondering, maar de norm waarbinnen het hele systeem georganiseerd is. Je kunt geen werk, sociaal netwerk en woning vinden als je nooit in contact komt met de buitenwereld. In een klassieke gevangenis heb je zelfs geen internet. 

Natuurlijk moet er een plan zijn voor verschillende doelgroepen, zoals mensen die zware criminele feiten pleegden. En je hoeft zelfs niet vanuit ‘compassie met gedetineerden’ achter dit idee te staan (als dat je tegenstaat): een systeem dat inzet op menselijkheid, verbinding en herstel is net een veilige aanpak. We hebben namelijk allemaal, zonder dat we het beseffen, ‘bij de bakker’ al eens naast een ex-gedetineerde gestaan en geef toe: je hebt het daar graag veilig.  

De gepassioneerde detentiebegeleider smeekte ons bijna: ‘Als jullie iets voor ons kunnen betekenen, dan is het ambassadeur zijn van dit verhaal: vertel het door, verdedig deze visie aan het beleid, je collega’s, aan de keukentafel.’ We gingen naar buiten met een hoopvol gevoel dat het beter kan. 

De rol van de beleidscoördinator hulp- en dienstverlening aan gedetineerden

Een cruciale schakel in dit verhaal is de beleidscoördinator hulp- en dienstverlening aan gedetineerden. Tijdens onze bezoeken werd duidelijk hoe essentieel die rol is om sociaal werk binnen detentie mogelijk te maken. We spraken zowel in Haren als in Vorst met de Vlaamse beleidscoördinatoren. 

De beleidscoördinator is een ambtenaar die in de gevangenis of het detentiehuis werkt en er alle externe hulp- en dienstverlening coördineert volgens het importmodel, waarbij de dienstverlening van buiten de muren binnen de muren wordt gebracht.  

Die dienstverlening is breed: van welzijn en geestelijke gezondheidszorg tot onderwijs, tewerkstelling, cultuur en sport. Denk aan trajectbegeleiders, VDAB-consulenten, onderwijsverstrekkers, welzijnsdiensten, vrijwilligersorganisaties en justitie zelf. Het vertrekpunt daarbij is fundamenteel: mensen verliezen enkel hun vrijheid, niet hun andere rechten. Hulpverlening is dus geen extraatje, maar een noodzakelijke hefboom richting re-integratie.  

Zoals gewoonlijk komt er in Brussel nog een extra complexe laag bij. Hulp- en dienstverlening aan gedetineerden is namelijk gemeenschapsmaterie, terwijl de strafuitvoering federaal georganiseerd wordt. Dat betekent dat in Brusselse gevangenissen en detentiehuizen drie gemeenschappen naast elkaar actief zijn: de Vlaamse, de Franse en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.  

Voor hulpverleners, diensten en vrijwilligersorganisaties die werken binnen een Vlaams erkend kader betekent dit dat de Vlaamse beleidscoördinator het eerste aanspreekpunt is om binnen een detentiecontext aan de slag te gaan. Alle contactgegevens van de Vlaamse beleidscoördinatoren vind je hier.

Voor de gevangenis van Haren is dat Eva Meeuws: eva.meeus@vlaanderen.be 

Voor het detentiehuis in Vorst is dat Birgit Loncke: birgit.loncke@vlaanderen.be 

Laure Bakker - Inclusie en beleidsondersteuning

Els Nolf - Duurzaam personeelsbeleid en samenwerkingsmodellen