U bent hier

Tips voor hulpverleners bij een verstandelijke handicap, autismespectrumstoornis en niet-aangeboren hersenletsel

Je merkt niet altijd meteen dat iemand een verstandelijke handicap, een niet-aangeboren hersenletsel of een autismespectrumstoornis heeft

Dit artikel verscheen in het cahier 'Hoe herken ik een handicap'? Het volledige cahier kan je hier lezen of bestellen.

Dé manier van omgaan met iemand die een verstandelijke beperking heeft, bestaat niet. Vertrek altijd vanuit het besef dat mensen met een beperking, net als iedereen, gewone gevoelens hebben zoals verdriet, vreugde of zenuwachtigheid. Dat ze erkenning willen voor wie ze zijn. Dat ze geliefd willen worden, ambities en dromen hebben, erbij willen horen, een plek willen in de samenleving. Zij willen, net als iedereen, goed wonen, zich settelen, een gezin hebben, werken, mooie dingen kopen, op vakantie gaan, iets leuk doen in hun vrije tijd.

Deze tips kunnen helpen in de omgang met een persoon met een verstandelijke beperking. Ga telkens na hoe die persoon liefst wil aangesproken en ondersteund worden. En vooral: gebruik je gezond verstand!

Tips bij een verstandelijke handicap

1. Herhaal

  • Ga ervan uit dat je iets meermaals moet uitleggen.
  • Herhaal alles, telkens weer.
  • Geef indien nodig de belangrijkste afspraken mee op papier.
  • Herneem je uitleg op de volgende afspraak.

2. Werk concreet

  • Ga in op wat zich op dat moment voordoet. Dat werkt beter dan iets vooraf uitleggen of achteraf bespreken.
  • Toon hoe je iets moet doen, doe het voor, oefen samen. Dat werkt beter dan veel uitleg.
  • Zeg bijvoorbeeld niet: “We gaan samen werk zoeken”. Wel: “We gaan eerst een cv schrijven, dan op het internet vacatures zoeken, dan de cv opsturen …”

3. Werk stap voor stap

  • Deel een taak op in deeltaken. Rafel een probleem uit.
  • Zet een stap terug: bekijk tot waar het goed ging en waar het vastliep. Pik daar opnieuw in.

4. Visualiseer en gebruik hulpmiddelen

  • Gebruik iets tastbaar of concreet. Geef bijvoorbeeld een adreskaartje mee.
  • Gebruik logo’s, pictogrammen, stappenbladen. Ga na welk systeem voor iemand werkt en dring zelf geen systeem op.
  • Schrijf afspraken op in een agenda, op een kalender, in hun gsm.
  • Leg de weg uit met Google Street View. Zo kan je laten zien hoe iemand door de straten loopt.

5. Structureer, baken af

  • Beperk keuzemogelijkheden.
  • Verduidelijk de context, leg uit wat de omstandigheden zijn.
  • Help de tijd inschatten. Bv: ‘Je moet daar om 12 uur zijn. Wanneer vertrek je dan?’
  • Trek de aandacht en houd ze vast.
  • Bepaal in samenspraak de prioriteit. Het belangrijkste eerst.
  • Schakel storende factoren uit.

6. Denk vooruit

  • Anticipeer, kijk vooruit naar wat zich kan voordoen. Bereid je samen met je cliënt voor op wat komt.
  • Bereid je voor op een nieuwe situatie. Doe dat zelf én samen met je cliënt.

7. Gebruik eenvoudige taal

  • Spreek direct en duidelijk, maar niet kinderlijk. Gebruik humor.
  • Gebruik de woorden die de cliënt zelf gebruikt en begrijpt (bv. eigen woordenschat, dialect).
  • Gebruik korte zinnen.
  • Stel één vraag per keer.
  • Bespreek niet te veel verschillende onderwerpen tijdens één afspraak.

Tips bij een autismespectrumstoornis

1. Pas je manier van praten aan

  • Zeg wat je doet, en doe wat je zegt.
  • Wees duidelijk en concreet in wat je zegt.
  • Zeg eerst de naam van de cliënt en stel pas nadien je vraag of geef je mededeling.
  • Als iemand over een onderwerp spreekt dat naast de focus van het gesprek ligt, vraag dan waarom hij dit belangrijk vindt. Geef het ruimte.
  • Check regelmatig dat jullie hetzelfde verstaan bij abstracte begrippen zoals ‘liefde’ of ‘identiteit’.
  • Als iemand blokkeert, bied dan rust aan. Ga niet verder zolang de stress en overprikkeling niet weg zijn.
  • Als iemand tegendraads reageert, bied dan rust en veiligheid. Neem het niet persoonlijk.

2. Pas de situatie aan

  • Praat met elkaar in een rustige en prikkelarme omgeving. Betrek iemand die de cliënt vertrouwt wanneer hij anders te veel stress heeft.
  • Bereid verandering voor, bv. een nieuwe huishoudhulp of begeleider.
  • Als je cliënt daar om vraagt, werk dan aan het behoud en de uitbreiding van zijn sociale netwerk.
  • Betrek, in samenspraak met je cliënt, zijn netwerk bij alle acties die je onderneemt.
  • Wees in je ondersteuning zo nodig aanklampend en kordaat (bemoeizorg).
  • Help je cliënt om de beleving en reacties van anderen te begrijpen.

3. Zoek concrete oplossingen

  • Schrijf de informatie puntsgewijs op, mits de persoon dat op prijs stelt.
  • Maak een tekening of schema terwijl je spreekt en orden op die manier de info. Doe dit op een volwassen en aanvaardbare manier.
  • Maak samen een overzicht van de taken.

4. Benadruk het positieve

  • Focus op wat je cliënt al heeft bereikt en grijp terug naar oplossingen die werken.
  • Geef erkenning aan het doorzettingsvermogen van je cliënt om moeilijkheden te overwinnen.
  • Focus op zijn kwaliteiten.

    Tips bij NAH

    1. Praat eenvoudig en traag

    • Praat niet door elkaar.
    • Gebruik korte, duidelijke zinnen.
    • Pauzeer na elke zin.
    • Visualiseer. Gebruik beelden, tekeningen, lijstjes.
    • Focus op het hier en nu.

    2. Bied structuur

    • Werk met een agenda.
    • Geef alles een vaste plaats
    • Doe handelingen in een vaste volgorde.
    • Splits op in deeltaken.
    • Verwijs naar de juiste informatie.
    • Laat niet raden.

    3. Bied rust

    • Zorg voor een rustige sfeer en omgeving.
    • Vermijd prikkels, zet bv. de radio uit.
    • Vermijd druk.

    4. Geef tijd

    • Trek de aandacht.
    • Pauzeer na elk onderwerp.

    5. Bied aandacht aan het hemineglect

    • Verhoog het bewustzijn van de cliënt voor de andere lichaamszijde.
    • Leer een juist zoekgedrag aan.
    • Leg alles op een vaste plaats.

    6. Blijf rustig bij gedragsproblemen

    • Benoem zijn of haar emoties.
    • Leid de aandacht af, verlaat de situatie, laat het over aan iemand anders.
    • Neem het niet persoonlijk.

    7. Geef het verlies zijn plaats

    • Heb oog voor de breuk met vroeger.
    • Erken de verlieservaring van je cliënt.
    • Erken de familie in haar verlies.

    Wil je meer weten over handicap in Brussel? Lees dan cahier 'Inclusie voor personen met een handicap in Brussel'.

    Contact 

    Sjoert Holtackers

    sjoert.holtackers@kenniscentrumwwz.be
    +32 (0)2 413 01 46

    Sjoert is onze leergierige collega die zich graag vastbijt in complexe zaken zoals de Persoonsvolgende financiering of de Vlaamse Sociale Bescherming in Brussel. Hij is de collega die je kan contacteren om bepaalde (denk) processen in jullie organisatie of project te begeleiden. Je kan bij hem altijd terecht voor begeleiding in het kader van intersectoraal samenwerken naar een inclusieve samenleving, of gewoon voor een babbel met een humoristische kwinkslag.

    Lees ook 
    Cover cahier Inclusie voor personen met een handicap

    Dit cahier schetst een beeld van de situatie voor personen met een handicap in Brussel en neemt een aantal tendensen verder onder de loep.

    Kennis
    Welzijn
    Wonen
    Zorg

    Lees hier meer achtergrondlectuur bij cahier 'Inclusie voor personen met een handicap in Brussel'

    Kennis
    Welzijn
    Wonen
    Zorg