Ga verder naar de inhoud

Hoe houdt de sociaal werker zich stand in het mi­gra­tie­de­bat?

Mensen in precaire leefomstandigheden Wegwijs in Brussel voor professionals

Mieke Schrooten geeft een diepgaande analyse van hoe grenzen en migratiebeleid niet alleen fysieke, maar ook sociale en politieke muren opwerpen, met verregaande gevolgen voor kwetsbare groepen en de sociale sector. Eerst zoomt Mieke in op enkele fenomenen die verbonden zijn aan migratie in de stad. Daarna geeft ze aandachtspunten en tips voor sociaal werkers.

Als onderzoekster en docente aan de Odisee hogeschool en Universiteit Antwerpen focust Mieke Schrooten op thema's als stedelijk sociaal werk, migratie, transnationaal sociaal werk en informele sociaalwerkpraktijken. Schrooten kent het sociaal werkveld van binnenuit én bekijkt het door een kritische bril. 

Dit artikel is gebaseerd op de lezing van Mieke voor de reeks Lunch & Reflect.

Muren als grenzen

Mieke verwijst naar een beeld van de tijdelijke installatie aan de muur tussen Mexico en de Verenigde Staten. Deze installatie van een wip door de muur was een krachtig symbool van verbinding. Het werk trok veel media-aandacht en veroorzaakte brede maatschappelijke verontwaardiging. Het plaatste het thema ‘grenzen’ nadrukkelijk op de agenda, juist nu Europa zelf steeds meer grenzen en muren bouwt aan haar buitengrenzen.

Ooit werd gedacht dat grenzen minder belangrijk zouden worden - het idee van ‘de wereld als dorp’ en ‘de-bordering’. Maar de realiteit toont een tegenovergestelde beweging van re-bordering, waarbij grenzen weer streng bewaakt en versterkt worden. Grenzen hebben bovendien veel verschillende betekenissen en impact, afhankelijk van iemands nationaliteit of achtergrond.

Migratie lijkt een maatschappelijke obsessie (naar het boek van Peter Scholten)

Migratie is een alomtegenwoordig thema in Europa, maar wordt vooral gezien als een probleem. Dat leidt tot investeringen in technologieën voor grensbewaking, het migratiepact, terugkeerbeleid, ‘ongewenste migranten’ weren en deals met landen aan de buitengrenzen. Er is een wedloop in strengere maatregelen tussen landen.

Maar waarom die focus, terwijl de cijfers geen verontrustende stijging van migratie laten zien?

In België zien we een strenger migratiebeleid, waarvoor ons land al meerdere keren werd veroordeeld. Voorbeelden zijn de verstrenging van gezinshereniging door eisen aan woonoppervlakte en inkomen, het afschaffen van de LOI (Langdurig Onbepaalde Inschrijving) en het stopzetten van hervestiging, een van de weinige humane, legale manieren om vluchtelingen op te vangen.

De impact van migratiebeleid op de sociale sector is groot

  • In de thuislozensector, bijvoorbeeld, melden nachtopvangcentra steeds vaker mensen die nog in een asielprocedure zitten, terwijl die voorzieningen daar niet voor bedoeld zijn. Dat leidt tot spanningen, omdat deze groep goed georganiseerd is en zich samenvoegt om de schaarse plekken in te nemen. Daardoor valt het traditionele publiek buiten de boot, zonder alternatief.
  • De impact is voelbaar in verschillende sociale sectoren, bovenop andere uitdagingen zoals de wooncrisis en toenemende voorwaardelijkheid voor toegang tot sociale rechten, zoals huisvesting, taalvereisten en lokale binding. Dat leidt tot een uitholling van rechten.
  • Tegelijk groeit een vorm van welvaartschauvinisme: sociale bescherming wordt steeds meer gezien als iets voor de ‘eigen’ bevolking, en niet voor nieuwkomers. Politieke boodschappen als ‘dit kunnen we niet aan’ creëren een hiërarchie in wie sociale rechten ‘verdient’.

Brussel als superdiverse aankomststad

In Brussel worden de uitdagingen rond grenzen, migratie en sociale inclusie nog scherper en complexer door de unieke kenmerken van de stad. Brussel is een majority-minority-stad: er is geen enkele nationaliteit die een absolute meerderheid vormt, zelfs de Belgen niet. Die diversiteit vertaalt zich in een superdiverse samenleving, met het hoogste aantal verschillende nationaliteiten, maar ook grote verschillen in taal, religie, sociaaleconomische status en meer.

Brussel is bovendien een dichtbevolkte stad met veel inwoners op een relatief kleine oppervlakte, wat de druk op sociale voorzieningen en huisvesting verhoogt. Een bijzondere uitdaging is de grote groep mensen zonder wettig verblijf. Het precieze aantal is onbekend, maar er wordt geschat dat er in België ongeveer 112.000 mensen zonder papieren zijn, waarvan meer dan de helft in Brussel woont.

Brussel functioneert als een aankomststad: het is de plek waar veel mensen voor het eerst in België toekomen. Dat roept herinneringen op aan de beroemde Chicago School (1915), die de stad als aankomstplek onderzocht en de processen in het stedelijk ecosysteem bestudeerde. Denk aan vragen als: hoe verloopt de integratie, en hoe kunnen we als samenleving en sociaal werk hierop ingrijpen?

In dat kader spreken we over aankomstwijken of transitiezones, vaak gekenmerkt door goedkope huisvesting, winkels uit verschillende culturen en informele arbeid. Daar bouwen nieuwkomers sociaal kapitaal op om uiteindelijk de wijk te verlaten en sociale mobiliteit te realiseren. Hoewel dat proces niet altijd lineair verloopt, biedt het een waardevol perspectief op de rol van sociaal werk om die trajecten te ondersteunen.

In Brussel zijn er veel plekken waar mensen bij aankomst sociaal kapitaal kunnen opbouwen. Er zijn formele instanties zoals het Klein Kasteeltje, Bon, en Actiris die begeleiding en ondersteuning bieden. Maar er zijn ook informele plekken, zoals:

  • Buddywerkingen verbinden nieuwkomers met lokale bewoners.
  • Burgerinitiatieven zoals Belrefugees bieden praktische hulp en solidariteit.
  • Informele netwerken spelen een belangrijke rol, bijvoorbeeld Guineese restaurants met bovenliggende slaapplaatsen, of Facebookgroepen voor specifieke gemeenschappen zoals Brazilianen.
  • Religieuze initiatieven geven steun en een gevoel van gemeenschap.

Die informele plekken noemen we sociaal schaduwwerk: het informele, vaak onzichtbare netwerk van hulp en solidariteit dat naast formele structuren bestaat.

Toch rijst de vraag: klopt het beeld van aankomstwijken als plaatsen van sociale mobiliteit? Vaak worden die wijken vooral gezien als kansarm, terwijl ze ook kansen bieden. Dat spanningsveld vraagt om een genuanceerde blik.

De Brusselse realiteit toont hoe sociaal werk en het beleid zich moeten blijven inzetten om de complexe dynamieken van migratie en integratie in een superdiverse stad te begrijpen en te ondersteunen, met oog voor zowel de uitdagingen als de veerkracht van haar inwoners.

Wat kan je als sociaal werker doen in het migratiedebat?

Migratie vormt een voortdurende uitdaging voor sociaal werk, omdat het traditionele grenzen en lokale denkkaders overstijgt. Daarom is het belangrijk om als sociaal werker een bewuste en actieve rol in te nemen. 

Hierbij enkele belangrijke aandachtspunten en pleidooien:

1. Zet een transnationale bril op! 

Migratie speelt zich over landsgrenzen heen af. De netwerken en connecties van mensen gaan vaak verder dan de lokale context. Het is essentieel om die transnationale realiteit te erkennen en mee te nemen in je werk. Dat betekent dat je verder kijkt dan de beperkingen van lokale regelgeving en de leefwereld van mensen in een bredere context plaatst.

2. Onderga het niet, maar neem positie in!

Er bestaat een grote kloof tussen de rechten die mensen zouden moeten hebben en de realiteit waarin ze leven. Als sociaal werker is het cruciaal om je hiervan bewust te zijn en deze kloof actief te signaleren. Maak gebruik van je discretionaire ruimte: dat is de vrijheid die je hebt om zelfstandig te oordelen en te handelen binnen je werk. Gebruik die om de kloof te verkleinen en mensen te ondersteunen.

3. Wees verontwaardigd.

Daarnaast is het belangrijk om de bestaande sociale orde kritisch te bevragen en je verontwaardiging te tonen waar onrechtvaardigheid zichtbaar is. 

Charlotte Williams, die onderzoek deed naar sociaal werk in stedelijke contexten, benadrukt dat sociaal werk steeds vaker een controlerende rol krijgt, waarbij sociaal werkers optreden als poortwachters van het beleid. Dat staat haaks op het DNA van sociaal werk, dat juist draait om sociale rechtvaardigheid bevorderen en pleiten voor een nieuw welzijnsparadigma. Daarbij is het essentieel dat sociaal werkers voeling houden met de leefwereld van mensen en hun noden.

We roepen sociaal werkers op om:

  • actief deel te nemen aan het maatschappelijk debat en mee te zitten aan de onderhandelingstafels waar beleid wordt bepaald.
  • je positie op te eisen en onrechtvaardigheden aan te kaarten, ook als dat ongemakkelijk is.
  • niet te stoppen bij gevoelens van frustratie, maar je stem gebruiken om verandering te stimuleren.
  • allianties te zoeken met andere actoren die sociale rechtvaardigheid nastreven.
  • politiserend werken als een kernopdracht van sociaal werk in te zetten: het gaat om opkomen voor rechten en beleid beïnvloeden.

De realiteit is soms weerbarstig: er is een afbouw van middelen voor kritische en politiserende sociaal werkers, bijvoorbeeld bij organisaties als MO, Kuumba en Minderhedenforum. Dat zorgt voor angst over de mogelijke effecten van een politiserende rol.

Misschien moeten we een beroepsvereniging voor sociaal werk oprichten om met één stem te spreken. In veel Europese landen bestaat dat. Het is verbazingwekkend dat het in België niet bestaat. 

Het overton-venster als denkkader

Tijdens de lezing en het debat bleek veel interesse in het overton-venster. Het beschrijft wat binnen een samenleving als bespreekbaar wordt gezien. In het migratiedebat beweegt het venster mee: wat vroeger onbespreekbaar was, zoals het bouwen van muren of het 70-puntenplan, is nu grotendeels realiteit. De uitdaging is om het venster weer op te schuiven naar een meer rechtvaardig en humaan debat. Dat kan een opdracht voor onder andere het sociaal werk zijn.

Wat moeten we doen als we geen gehoor vinden en sociaal overleg wordt genegeerd? Kom op 7 mei naar de lezing met Elke Plovie over de impact en rol van politiserend werk! 

Maatschappelijke onrechtvaardigheden aankaarten hoort tot de basisopdrachten van het sociaal werk. De politieke opdracht als kern van het sociaal werk richt zich op empoweren en bevrijding, op sociale cohesie en sociale verandering. Politiserend werken gaat over de samenleving een spiegel voorhouden over bestaande ongelijkheden waarbij democratie, gelijkheid en duurzaamheid onder de voeten dreigen te worden gelopen. 

In de lezing met Elke Plovie gaan we dieper in op de politiserende rol van het sociaal werk. De overheid is verantwoordelijk voor het vrijwaren van mensenrechten. Elke Plovie benadrukt dat sociaal werkers zich bewust moeten zijn van de structurele oorzaken van sociale problemen. Voorbij de individuele hulpverlening dragen sociaal werkers actief bij aan maatschappelijke verandering en democratische participatie. Zij zijn bij uitstek geoefend om dagelijks aan combinatiedenken te doen.

Andere thema's uit de reeks Lunch & Reflect

Voorbij de ver­deeld­heid: een houvast voor sociaal werkers in tijden van polarisatie

In het publieke debat maakt wij-zij-denken ons vatbaar voor eenzijdige standpunten en polarisatie. Hoe gaan we daar als sociaal werker mee…
Voorbij de ver­deeld­heid: een houvast voor sociaal werkers in tijden van polarisatie