U bent hier

'Het is zaak om oplossingen te zoeken met alle spelers'

Eerstelijnsmeeting 2019 bekijkt de gezonde stad met veel facetten en veel spelers

De gezonde stad. Het is een thema dat meer dan actueel is. Het lokte meer dan honderd geïnteresseerden uit de welzijns- en zorgsector, stedelijke professionals, burgers en middenveldinitiatiefnemers  naar de gebouwen van de Vlaamse Gemeenschapscommissie op de Jacqmainlaan. En dat terwijl de Rode Duivels enkele kilometers verderop aan de slag waren. De avond leerde dat dit ook deel uitmaakt van de gezonde stad, want die bestaat uit een puzzel van vele stukken en wordt gemaakt door vele spelers.

"Hoe kan je als eerstelijnswerker bijdragen aan de gezonde stad?” en “Hoe kan de stad bijdragen aan jullie eerstelijnswerking?” Dat waren de centrale vragen waar de avond rond draaide. Maar het draaide eigenlijk om iedereen. "Wij zijn de gezonde stad", leidde Luc Lampaert van het Kenniscentrum WWZ de avond in. Iedereen, om het even wie, kan zijn steentje bijdragen en elk steentje telt. "Een schakel van kleine bijdragen leiden tot het doel', wist Lampaert.

Deze stelling werd verder uitgebouwd door Els Vervloesem van Architecture Workroom Brussels. "Ruimte kan een hefboom zijn om aan te werken", meende ze. "De oefening die we moeten maken, is een diversiteit van partijen samenbrengen."

Zij leidde de deelnemers door historische plannen van stedelijke ingrepen, bijvoorbeeld met de visie van Le Corbusier en de Brusselse Modelwijk, maar ook met een waarschuwing voor city-marketing die de gezonde stad soms claimt.

Gezondheid kan je zien als de regie kunnen bepalen over je eigen leven

Maar wat is nu gezond? "Gezondheid kan je zien als de regie kunnen bepalen over je eigen leven", citeerde ze. Er spelen natuurlijk een aantal parameters mee waar je minder vat op hebt. We dienen bijvoorbeeld eveneens rekening te houden met de effecten van de vermaatschappelijking van de zorg. "Je hebt koude versus warme solidariteit", noemde ze het. Versta formele versus kleine informele sociale initiatieven. Hoe verhouden die zich tot elkaar? Burgers kijken blijkbaar eerder naar een bredere vorm van solidariteit, terwijl formele actoren zoals bijvoorbeeld verzekeraars naar een engere visie grijpen.

Vervloesem bood vier hendels om mee aan de slag te gaan. Dat deden de deelnemers van de Eerstelijnsmeeting later verspreid over vier thematische werksessies.

De eerste was wonen. 'Welke impact heeft het woonmilieu op gezondheid en welzijn?', was de vraag die de groep rond de sessie 'Goed wonen biedt meer kansen op een gezond leven' voor zijn rekening nam. Vervloesem reikte enkele ideeën aan. "Wat met de ongelijke toegang tot wonen?", vroeg ze. "Of hoe gaan we om met de betonstop? Kunnen we levensloopbestendige wijken maken?" Als inspiratiebron toonde ze het intergenerationaal project samenwonen op linkeroever in Antwerpen aan.

Mobiliteit was hendel twee.  Het startpunt van deze werksessie was mobiliteit als hefboom voor een betere gezondheid. Hoe kunnen we op een andere manier kijken naar mobiliteit? "Het is een complex thema met veel beleidsniveau's", wist Vervloesem. Dit betekent niet dat je er niets aan kan doen. Als een geslaagd voorbeeld toonde ze de autoluwe wegen in Barcelona, het Vlindermodel in Nederland.

De werksessie rond de derde hendel 'Brede zorg als sociale infrastructuur' vertrok van de vraag: 'Hoe kunnen zorginfrastructuren een sociale rol vervullen in de gezonde stad?' Hieraan koppel je ook werk, voedsel en buurtwerking. Er zijn enkele mooie historische voorbeelden zoals het Sint-Vincentiusziekenhuis in Antwerpen waar het plein voor het ziekenhuis weer aan de buurt is gegeven en waar patienten en buurtbewoners elkaar ontmoeten. Of het Nederlands gasthuis Bartholomeus dat ook de buurt betrekt.

In Antwerpen vinden patiënten en buurtbewoners elkaar op het plein voor het Sint-Vincentiusziekenhuis

Ten slotte kwamen de informele spelers aan bod in de sessie 'De kracht van collectieve (zelf) organisatie rond de zorg' die zich bogen over de vraag: 'Welke initiatieven zien we niet in de publieke ruimte?' Voorbeelden hiervan zijn het project Renolab in Molenbeek waar huizen collectief opgeknapt worden of de schoolpoortacties voor propere lucht of de burenhulp-app Hoplr.

Naast deze thema's zijn er nog vele puzzelstukken die meespelen in een gezonde stad. "Energie en water en hoe ermee om te gaan, wordt ook heel belangrijk", wist Vervloesem. "Lokale voedselproductie ook. Dat kan bijvoorbeeld helpen tegen eenzaamheid."

"Veel opgaven komen samen. Het is zaak om samen oplossingen te zoeken met alle spelers", besloot ze, waarmee ze eindigde waarmee Luc Lampaert de avond begon.

Werksessies

Na de presentatie van de stad doorheen de tijden, met bijzondere aandacht voor stedelijke projecten die een impact hebben op vlak van gezondheid en welzijn, was het voor de meeste eerstelijnswerkers wat zoeken naar de verbindingen tussen de ruimtelijke planning en hun eigen werkterrein, maar tijdens de aansluitende werksessies werd duidelijk dat er wel degelijk relaties zijn.

De eerste werksessie vertrok van de woning als uitgangspunt voor een gezonde woonomgeving. Zowel in Brussel als in andere steden is de verontreiniging van het binnenmilieu nefast. Bovendien zijn er uiteenlopende vormen en bedreiging, helaas nog te weinig gekend. Uiteraard is goed wonen onlosmakelijk verbonden met betaalbaar wonen. Dit aspect wilden we zeker niet negeren, maar de aandacht op goed wonen werd vooral uit gezondheidsperspectief bekeken. Er zijn een aantal initiatieven actief in het gewest, maar blijkbaar zeer kleinschalig en vooral ongekend bij de meeste eerstelijnswerkers.

In de tweede werksessie werden aan de hand van concrete acties aangetoond hoe een zorginfrastructuur (in het voorbeeld een rusthuis) zich dermate kan inpassen in een buurt om eveneens een verbindende infrastructuur te zijn. Dit is niet altijd even evident, maar na een aantal voorbeelden en vooral de mogelijkheden die legio zijn, kwam het gesprek duidelijk op gang. De deelnemers kregen een andere kijk op deze opportuniteiten en daarmee was de opzet geslaagd.

In de derde werksessie konden we gelukkig beroep doen op één van de deelnemers om de afwezigheid van de eerste inleider op te vangen. Bas De Geus, onderzoeker, gaf toelichting bij een recent onderzoek waarbij de verschillende verplaatsingsmodi beoordeeld werden op vlak van gezondheid. Het is te voorbarig, maar fietsen in de stad scoort het beste (ondanks de ongezonde lucht). Het bracht een boeiende discussie op gang waarbij voor de deelnemers meteen duidelijk werd dat cijfers één zaak zijn en dat er vooral een verandering noodzakelijk is om tot een gezonde stad te komen. Ook het project Bye Bye Kleine Ring toonde knelpunten en opportuniteiten. De metingen aan het Lakenhuis (luchtpijp) waren klaar en duidelijk, hoewel elke lichte wijziging een oorzaak heeft en het belangrijk is om dat mee te nemen in het verhaal.

In de vierde werksessie lag de focus op de burgerbewegingen die zich organiseren rond de thema’s gezondheid en welzijn in Brussel. Aan de hand van concrete voorbeelden, gaande van een Filter Café Filtré, over Anneessens change tot een Braziliaanse zelforganisatie die communautaire therapie organiseert in Sint-Gillis, illustreerden de sprekers hoe divers die acties wel kunnen zijn.  Eveneens de onzichtbare burgerinitiatieven werden in beeld gebracht, wat meteen een boeiende discussie opleverde aan de tafel.

De verschillende sessies waren korter dan voorheen en voorzien, maar de evaluaties van de deelnemers waren overwegend positief. 95% van de evaluatieformulieren leverde een goed tot zeer goed op over de hele lijn.

We verzamelden een hoop ideeën en opinies, maakten kennis met uiteenlopende initiatieven en bewegingen, ontwaarden positieve signalen en bezwaren, en zijn ervan overtuigd dat we met al onze nota’s een vervolg kunnen breien na deze avond. Hoe en wat? Wordt zeker vervolgd.

Contact 

Luc Lampaert

luc.lampaert@kenniscentrumwwz.be
+32 (0)475 39 08 72

Luc is mede-initiator en begeleider van collectieve woonzorgprojecten in Brussel, o.a. het project Samenhuizen en het solidair woonproject Casa Viva. Hij houdt de vinger aan de pols in Brussel aangaande collectieve projecten en weet als geen ander waar de beperkingen en opportuniteiten liggen. Je kan bij hem terecht voor informatie en inspiratie, en op eenvoudige vraag komt hij het thema voor jouw organisatie of doelpubliek toelichten.